Vrede voor de vrede: Een excuus voor vrijheid

A Feast of Colour, ( Poppy Field ).

Wanneer ik weer in zoveelste discussie rommel: waarom ik vrede bepleit en oorlog standaard slecht en verkeerd vind. Word ik al snel de deur gewezen door grote wijsneuzen. Die wijsneuzen, mensen naar wie ik op andere gebieden wel opkijk, hebben het hier even grondig mis.

Ik ben het eens dat momenten van vrede altijd zijn voortgekomen uit bloedige veldslagen of terreuraanslagen. Maar dat sluit niet uit dat we door al onze wijsheid om kennis te bewaren niet in staat zouden zijn om die vrede ook te bewaren.

Juist wanneer we geconfronteerd worden met onvrijheid of onvrede missen we de vrijheid en vrede het meest. Na een oorlog is het besef het sterkst: “Laten we dit nooit meer doen.”. Bij generaties daarna verzwakt dit idee, logisch. Het wordt dan gerechtvaardigder om te stellen dat je een bepaalde bevolking moet beschermen en een bepaald deel niet - lees: terroristen, radicalen, racisten.

Wanneer we actuele situaties gaan betrekken wordt het interessant: neem de Taliban of de situatie in Iran, die wordt afgekeurd. Hoewel we juist vergeten af te vragen: waarom doen mensen zo vreselijk tegen elkaar. We zoeken alleen maar naar ‘Wie is de boosdoener’. In Nazi-Duitsland was iedere (niet aangewezen) Duitser eigenlijk Nazi, logisch: je kon een keer op vakantie gaan, je kreeg een mooi uniform, er waren Olympische spelen. Maar de keerzijde: die miljoenen verloren homo’s, zigeuners, socialisten en joden, daar dacht je liever niet aan. Menselijk: het is geloven in wat je wilt geloven. Net als vandaag die wijsneuzen liever oorlog zien als een oplossing, en vrede als een utopie. Simpel: want dan is de wapenindustrie ook ineens gerechtvaardigd. Het is tenslotte ook de grootste industrie ter wereld. Maar dat is een andere discussie.

In het communistische Rusland werd de gewone glazenwasser ineens commandant, hij voelde namelijk niets voor de elite, net als zijn leider. De man kon daardoor moeiteloos zijn ‘elitaire’ landgenoten in dergelijke kampen sleuren gedreven door angst (van zijn leider) en jaloezie (naar die rijke doktoren en professoren).

Negatieve gevoelens kunnen alleen maar weerlegt worden wanneer we praten met elkaar, wanneer we harmonie houden in een samenleving. En liefst ook nog over de grenzen heen.

Terug naar het bewaren van vrede en oorlog voeren. We keuren oorlog vaak niet af. Omdat we het ook zien als eigen belangen verdedigen. Het is terug te brengen naar dat eenvoudige moment wanneer de videorecorder het weer eens niet deed: als jij dan het ding gebruikte, was het simpelweg een fabrieksfout; maar je vader begon dan al snel te bazelen dat jij het ding gemold had. Als we dit reflecteren op een grotere schaal zullen we altijd ontkennen dat wij slecht zijn: dat kan niet, dat was de ander. In jouw geval de fabrieksfout in hun geval: “eigen schuld, dikke bult”.

Als we in staat zijn ons als imperfecte mensen te zien, die juist van elkaar kunnen leren. Juist open staan voor kritiek is de basis gelegd. Natuurlijk is de realiteit heel erg complex. Maar het begint vanuit dit gedachtegoed: het idee, dat de Taliban of Al Qaida één kwade groep is, is dus verkeerd. Net als het idee dat alle Israëlische soldaten van foute huize zouden zijn.

Bestaat er dan een stappenplan om vreedzaam te zijn? Nee, maar ik geloof wel dat het bij jezelf begint. Toen ergens in West-Vlaanderen in de WOI Schotten, Duitsers en Fransen onafhankelijk van hun officieren hadden afgesproken om tijdens Kerst even niet te vechten, elkaar te vertellen wanneer ze zouden gebombardeerd worden, kwam dit voort uit zelfreflectie: “Waarom doen we dit eigenlijk?”. Zij bleven vooral op kleine schaal denken met zo’n groot mogelijke blik: uitzoomen.

Ik kan deze hele discussie ook van tafel halen door de filosoof te spelen: “Leven we überhaupt wel?”. Moeten we als we dat dan niet eens zeker weten, ons dan wel bezig houden met oorlog voeren of de discussie an sich. Misschien zijn we wel een geprojecteerde film zoals Plato illustreerde.

Kunnen we dan niet gewoon met elkaar afspreken net te doen ofdat elke dag de laatste is, en kijken naar wat we als kind leuk vonden. Ik wilde uitvinder, clown en timmerman worden. Ik had geen enkel vriendje in de klas, die andere kinderen wilde doden, jij wel?

Shockingly strong commercial