Het was zomer 2008 ergens eind juni wanneer ik met de broer van mijn vader en zijn vrouw een biertje drink in een toeristisch dorp tussen de toppen van de rotsen in Guilin (een provincie van China tegen Vietnam). Er is een fikse discussie gaande, zoals wel vaker in onze familie. Met mijn oom gaat het vaak over Apple’s marktaandelen en hun design, en met mijn tante over het boeddhisme en het checken van je bronnen bij het opsommen van data.
Deze discussie gaat over armoede. Ik nip van mijn bier nadat ik net drie maanden in Shanghai een Chinees staatsbedrijf heb geadviseerd over hun ontwerpstrategie. Ik heb een tas vol nieuwe Chinese overhemden en maatpakken en een fris Chinees biertje in mijn hand. Tijdens de discussie stel ik dat menig ‘arme Afrikaan’ beter af zou zijn als ‘we’ ons meer voor ‘hun’ zouden inzetten.
“Wat heb jij ooit gedaan voor de ‘arme Afrikaan’?”, stelt mijn oom terecht. Vervolgens gaat hij verder: “Mensen die echt dingen doen om de armoede te bestrijden, hoor je namelijk nooit praten”. Mijn tante knikt instemmend. Ik besef dat ik naast een sponsorloop van mijn oude katholieke middelbare school nog nooit iets gedaan had. Ik had eigenlijk geen recht van spreken. Altijd ben ik het ‘blaagje’ geweest en nu besef ik het voor het eerst.
Moet ik mijn schuld afkopen? Nee. Moet ik m’n mond houden: ja; of gewoon dingen doen.

[Foto door Yuki Kho]
Het is vrijdag 15 juli 2011, ongeveer drie jaar later, ik sta in een loods met vier dames wild te discussiëren. Ze eisen hun geld terug voor een evenement dat ik heb georganiseerd samen met Mingus Vogel: het Airplane Food Event. De loods, gevuld met 200 vliegtuigstoelen met ‘passagiers’ en een catwalk van twee meter breed daartussen maken alles af. Het is een surreëel gezicht.

[Er was ook mode - Foto Yuki Kho]
Ik haal 100 euro (prijs van vier toegangskaartjes) uit mijn portemonnee en zeg dat het me spijt dat ze anders kregen dan ze verwacht hadden. Toch ben ik blij.
Ik loop naar Mingus om hem te vertellen, dat er net vier mensen zijn weggelopen. Ze vonden het niet kunnen dat ze vliegtuigeten voorgeschoteld kregen, nadat twee sprekers hadden gesproken over hoe goed eten de wereld kan veranderen. Mingus lacht nu ook.
Het idee dat we bedachten, is simpel: we willen mensen confronteren met het lot van deze wereld: hoe het er nu uit ziet: het huidige vliegtuigeten, slechte voedselproductie, etc. in vergelijking met hoe het beter kan: onze sprekers als praktische voorbeelden. Om met mijn oom te spreken: “Die mensen die nooit praten”, voor Mingus en mij: helden.

[Samuel Levie één van onze sprekers - Foto Yuki Kho]
En nu zie ik ze weglopen, vier charmante dames, weg van de realiteit. Om met hun woorden te spreken: “er was een lack of entertainment.”. Het is niet erg, dit is ook goed, alleen moeten we dit vaker doen: mensen laten weglopen, dan weten we waar we staan.